Veel mensen proberen nare herinneringen los te laten door er niet meer aan te denken. Of door zichzelf gerust te stellen. Soms helpt dat. Maar vaak blijft het lichaam toch reageren. Dat komt omdat ervaringen niet alleen in gedachten worden opgeslagen. Ze worden ook opgeslagen in het emotionele geheugen van het brein.
Wanneer een ervaring nog niet volledig verwerkt is kan het zenuwstelsel alert blijven. Alsof het systeem ergens heeft geleerd dat het gevaar opnieuw kan terugkomen.
Veel mensen denken bij trauma aan één grote gebeurtenis. Een ongeluk. Een verlies. Of iets heel ingrijpends. Maar trauma ontstaat niet alleen door grote gebeurtenissen. Soms zijn het juist ervaringen die voor de buitenwereld klein lijken.
Een gesprek waarin je je diep afgewezen voelde.
Een moment waarop iemand je publiekelijk bekritiseerde.
Een situatie waarin je je machteloos of vernederd voelde.
Misschien duurde het maar een paar minuten.
Toch kan zo’n moment zich vastzetten in het zenuwstelsel wanneer je lichaam zich op dat moment onveilig voelde. Veel mensen zeggen later:
"Het was maar een gesprek." "Ik zou hier toch overheen moeten zijn." Maar je zenuwstelsel kijkt niet naar hoe groot een gebeurtenis lijkt. Je lichaam reageert vooral op hoe veilig of onveilig een situatie voelde op dat moment.
Daardoor kan een ogenschijnlijk kleine gebeurtenis later alsnog spanning oproepen. Je lichaam reageert dan alsof het gevaar opnieuw kan gebeuren. Dat betekent niet dat er iets mis is met je. Het laat juist zien dat je zenuwstelsel probeert een ervaring te verwerken die op dat moment te overweldigend was.
Veel cliënten vertellen mij dat ze pas later begrijpen waar hun reacties vandaan komen. Niet omdat de gebeurtenis zo groot leek, maar omdat hun lichaam het moment nooit echt heeft kunnen verwerken.